Dharmapelgrim Yogi 

     De weg loopt door het hart

Dharmablog 

Gedachten onderweg


Terug naar overzicht

25-08-2014

Onbegrepen droefenis

“Verheug je op droefenis, want zij beschermt je tegen de gevolgen van het gewaar zijn van de onversneden realiteit.” Dit houd ik mijzelf tegenwoordig voor, wanneer droefenis mij weer eens omhult. Droefenis wordt vaak onterecht gelijk gesteld met verdriet of zelfs depressiviteit. Edoch,droefenis is alles behalve een negatief te waarderen of te bestrijden – want ongewenste – emotie, en al helemaal geen pathologische gemoedstoestand. Voor mij is zij een vriendin, die met haar troostende sluier de felste schitteringen van de naakte realiteit dempt, zodat deze mij niet verblindt. En mijn vriendin beschermt mij met haar sluier ook tegen de giftige stekels van alle uitwassen om mij heen, waardoor ze mij niet tot totale gevoelloosheid kunnen verdoven. Ik weet het zeker: ik kan haar op ieder gewenst moment wegsturen – daar zijn geen pillen of therapeutische praatjes voor nodig -, maar als zij gaat, kan ik niet anders meer dan mijn ogen sluiten en mijn gevoel dieper in mijzelf terugtrekken, om niet op slag in steen te veranderen.
Mijn ziel weet zich in de gevangenis van het lichaam gescheiden en afgezonderd van alle andere zielen en voelt zich eenzaam - zoals alle zielen afgezonderd en eenzaam zijn. Iedere keer wanneer mijn ziel zich dat realiseert, smeert droefenis balsem op de opengaande wonde, en laat zij het overschot spontaan opwellen als tranen in mijn ogen.
Nee, het is niet droefenis die behandeling behoeft. Het is de breed verspreide ontkenning van de scheiding - alsof wij, verspreide zielen, nooit één waren en nooit weer één zullen zijn - die zout in mijn wonde strooit. Het is die ontkenning die behandeling behoeft, tot volledige omkering is bereikt. En misschien is dat wel de ware betekenis van wat “bekeren” heet te zijn: het volledig omwentelen van egocentriciteit en egoïsme naar een vol compassie omzien naar elkaar.
Bekeren betekent dan omkeren op een doodlopende weg en vervolgens door de barrières breken die ons scheiden, om elkaar te redden - en daardoor onszelf – in vereniging.
Ik moet nu denken aan twee verschillende visies op “redding” door geloof. In de ene visie komt de redding in de gedaante van moeder aap: haar jong moet zich zelf vastgrijpen aan haar vacht. In de andere visie komt de redding in de gedaante van een kat: ze grijpt haar jong bij het nekvel en draagt het in haar bek weg. In beide gevallen schenkt het jong volledig vertrouwen aan de moeder, actief (zelf vasthouden) of passief (stil blijven hangen).
In eerste variant herken ik het eindeloos herhalen van de mantra “Namu amida butsu” ( Ik vertrouw me toe aan Amida Boeddha) waarmee sommige boeddhisten zich voor redding lijken vast te klampen aan Amida Boeddha, boddhisattva Avalokiteshwara / Kanzeon / Kuan-yin; om weggedragen te worden naar het Reine Land.
In de tweede variant herken ik het “Kyrie-eleison” (Heer ontferm u over ons) van doorgaans katholieke christenen, waarmee zij zich toevertrouwen aan de Christus, maar ook aan Onze Lieve Vrouwe van Barmhartigheid om hen naar een ander Rein Land te brengen, genaamd Hemel.
Ik zie geen wezenlijke verschillen. Daarom kan ik niet kiezen; wil ik ook niet kiezen. En volgens mij hoef ik niet eens te kiezen. Het is – zo voel ik dat aan - zowel én/én als noch/noch. Wij zijn één met Amida Boeddha, één met Kuan-yin, Christus en Onze Lieve Vrouwe en door die éénheid zijn wij bestemd elkaars en vooral ook onze eigen redders te zijn. Alles wat adem heeft; alle bewuste wezens delen immers dezelfde Boeddhanatuur. Wij ZIJN uiteindelijk niets anders dan Boeddhanatuur. Dat betekent dat wie zichzelf in de ander herkent, zonder dat de ander zich óók in jou herkent, zichzelf tegelijkertijd omarmt én los laat. Dat betekent dat wie in vertrouwen een beroep doet op de ander (kyrie-eleison) en zichzelf in vertrouwen overgeeft aan de ander (Namu-amida-butsu) tegelijk de plicht op zich neemt de ander te redden. Wie zich aan de ander toevertrouwt, zegt tegelijk tegen de ander: jij kunt je aan mij toevertrouwen. Ik en Jij zijn beide aap én kat én hun jongen tegelijk.
Het is de droefenis die de pijn verzacht, welke veroorzaakt wordt door de moeite die het ons blijkbaar kost om dit dagelijks in praktijk te brengen.



Terug naar overzicht


 Ga naar: